Het geschenk van de kunst. Een filosofische inleiding.

Jacques de Visscher behoort inmiddels tot de ‘éminces grises’ van de Vlaamse filosofie. Dat statuut belet natuurlijk niet om te publiceren en gelukkig maar. De Visscher schreef met dit boek geen theoretische studie over kunstfilosofie, alhoewel hij onder meer kunstfilosoof is. Op een haast socratische wijze verruilt hij de theoretische reflectie om zich te focussen op zijn persoonlijke ervaringen van het leven met kunst. De waarneming van het werk en wat dit met de beschouwer doet staat centraal. In het boek ook een apart hoofdstuk over religieuze kunst: hier onderzoekt hij of welbepaalde religieuze kunst in staat is om religieuze ervaring te genereren. Voor De Visscher hangt dat af van de artistieke kwaliteiten van het werk. Veel kunst met een religieus onderwerp voert helemaal niet naar het spirituele. Deze beschouwingen maakt hij vanzelfsprekend aan de hand van het lam Gods in Gent. Eigenlijk is het wel een verfrissend boekje, omdat het niet gaat over de kunsttheorie, maar wel over het genieten van kunst. En kunst slaat voor dit boekje op beeldhouw- en schilderkunst, als op muziek. De Visscher is met alle drie goed vertrouwt en de lezer kan daar maar baat bij vinden om nieuwe dingen te ontdekken. (DK)
J. DE VISSCHER, Het geschenk van de kunst. Een filosofische inleiding., Antwerpen (Otheo Books), 2025
24.99 EUR
