European Realities. Schilderkunst 1919-1939

Na de Eerste Wereldoorlog verandert de Europese schilderkunst gevoelig van aard. Volgens iemand als Duchamp is Europa geen kunst meer waard na de wereldbrand. De jaren 1920-1930 die centraal staan in dit boek, tonen hoe kunstenaars een nieuwe taal zoeken om met het gebeurde om te gaan. ‘Nieuw´ is het meest gebruikte woord van de kunstscène in die periode, vooral om te laten zien dat men niet meer terug wil naar het oude (wat spoedig toch zou gebeuren). Dat nieuwe kreeg gestalte onder tal van vormen en namen: Magischer Realismus, Neue Sachlichkeit, Nach-Expressionismus … De periode wordt gedomineerd door grote namen als De Chirico, Grosz, Picasso en dies meer, maar dit boek wil ook gestalte geven aan mindere goden en dat zeker een verdienste. Bovendien focussen de auteurs zich niet enkel op Frankrijk (de centrale plek in die periode), maar kijken ze ook naar het oosten van Europa. Het eerste luik van deze tentoonstellingscatalogus focust op de kunst net na de Eerste Wereldoorlog en bekijkt de beeldvorming rond oorlog en vrede in de jaren direct na 1918. Daarna staat het nieuwe mensbeeld van het interbellum centraal (emancipatiebewegingen bloeien op). Sommige kunstenaars grijpen terug naar een beeldvorming rond de intieme sfeer van het huisgezin, anderen zoomen uit op moderniteit. Het is een boeiende periode, die rijk in beeld wordt gebracht. (ES)

M. E.A. VAN DIJK, European Realities. Schilderkunst 1919-1939, Zwolle (Waanders), 2025
27.5 EUR