Welke wereld kiezen wij?

In feite leven wij in twee werelden: onze dagelijkse, materiële wereld die wij zien en horen, waar al onze aandacht en energie naartoe gaat, en een andere wereld waartoe wij geroepen zijn om er eeuwig te leven. Klinkt echter deze roep luid, opdat wij hem zouden horen? "Ternauwernood heb ik hem gehoord", zegt de H. Augustinus, "vanwege het rumoer van de dwaalleraars". Dringt het tot ons door, dat die dagelijkse wereld voorbijgaat en soms vlugger dan wij verlangen? Eens komt de tijd dat wij er afstand van moeten nemen.

Zal dan de vraag niet in ons opkomen: heb ik niet veel nutteloze inspanningen gedaan? Wanneer wij maar enkel leven voor eigen voldoening, is het dan niet omdat die wereld ons verblindt? Kan dit de zin en de betekenis zijn van ons leven? En wat gebeurt er wanneer wij het zo begeerde doel niet bereiken? Wat hebben wij dan nog in handen, wat houden wij nog over? (Lc 12, 13-21)

Jezus stelt ons een andere mogelijkheid voor: "Wat helpt het ons", vraagt Hij, "wanneer wij niet rijk zijn bij God die eeuwig is?"

Er is dus een andere wereld waarin het geen belang heeft rijk te worden aan goede naam, aan eigen voldoening; er is een wereld waarin het plezier dat wij ons doel bereikt hebben, verbleekt. Er is een wereld waarin andere waarden gelden, waarden waar het hart van de mens om vraagt, die de mens raken tot in de ziel.

Daarom kijkt God, al heeft Hij deze wereld geschapen, niet naar at wij in en voor deze wereld bereikt hebben, maar naar de geest die ons bezielde toen wij in deze wereld bezig waren. God kijkt wel, al hecht de wereld er geen belang aan, naar deze stoffelijke en materi?le wereld gedragen en be?nvloed worden, hebben wij dikwijls geen oog of aandacht voor die eeuwige waarden, en hebben we ook niet de kracht ons ervoor in te zetten. Daarom vraagt Jezus geloof: geloof in een God die liefde is. Hij is immers een God die eeuwig is en die daarom ons dit eeuwig leven wil schenken.

Dan kunnen wij een vrede vinden, en een rust die wij in deze wereld zoeken, maar die deze wereld ons niet kan geven. De H. Augustinus, die met volle teugen van die wereld heeft genoten, heeft ook gebeden: "O Waarheid, licht van mijn hart, laat niet mijn duisternis tot mij spreken. Ik ben afgedreven naar dingen van deze wereld en in het duister geraakt, maar van daar, ook van daar ben ik U gaan liefhebben. Zie, nu keer ik terug naar uw bron, snakkend en hijgend. Laat niemand mij tegenhouden, laat mij uit die bron drinken en ervan leven. Ik roep U aan, mijn God, mijn barmhartigheid; Gij die mij gemaakt hebt en mij, die U vergat, niet hebt vergeten".